Enthousiasme voor bufferstroken groeit
In het hele land worden bufferstroken in toenemende mate gezien als een goed middel
om de waterkwaliteit te verbeteren. Ze zijn gemakkelijk inpasbaar in de bedrijfsvoering
en deelnemers krijgen steeds meer routine.

De Brabantse aanpak is een belangrijke impuls voor de landelijke ontwikkelingen.
In onze provincie zijn we gestart met het gezonde boerenverstand. De aanpak moet
passen binnen de normale landbouwpraktijk. De nadruk ligt vanaf het begin op de
uitvoering; gewoon beginnen en niet eerst wachten op uitgebreid onderzoek naar de
effecten. Langs Brabantse watergangen ligt inmiddels 1500 kilometer bufferstrook.
Andere provincies volgen op ruime afstand: Zuid-Holland bijvoorbeeld met 290 km,
Flevoland met 40 km en Drenthe met 41 km.

Bij de Unie van Waterschappen komt er steeds meer steun voor de bufferstrook.
De Brabantse ervaringen hebben daar belangrijk aan bijgedragen. Dat maakt de kans
groter dat actief randenbeheer een blijvertje wordt. De harde eis vanuit de praktijk daarbij
is: vrijwilligheid en een adequate vergoeding. Pas tegen het eind van het huidige project
(aflopend in 2013) wordt duidelijk of er een Brabants geld is voor een vervolg. Maar de
erkenning en waardering groeit alom. Ook zonder uitgebreid achtergrondonderzoek valt
er wel iets over positieve effecten te zeggen. De uit- en afspoeling van mineralen
vermindert met ongeveer een kwart. De drift van gewasbeschermingsmiddelen richting
sloot loopt met 90% terug. En de kans op een ongelukje - de spuitboom die een keer
over de sloot zwaait - reduceert tot nul. Ecologen zijn daarom erg enthousiast.